TEXT
ENGLISH
FRANCAIS:
DANS LA LONGUE HISTOIRE DE LA PEINTURE, NOMBRE DE PAYSAGES SONT NÉS ENTRE LES QUATRES MURS D'UN ATELIER.
POUR MOI, CEPENDANT, C'EST EN PLEIN AIR QUE JE M' IMPREGNE DU PAYSAGE. MES GRANDS DESSINS AUX PASTELS SONT PRIS "SUR LE MOTIF" EN PLEIN NATURE. J'Y REPRÉSENTE LE FLUX ENERGÉTIQUE DANS LEQUEL JE ME TROUVE: LA LUMIÈRE QUI S' ÉCOULE, PAR FLOTS, SUR LE PAYSAGE QUE J' AI SOUS LES YEUX, ET À L' IMAGE DE LAQUELLE JE LAISSE "COULER" LA CRAI SUR LE PAPIER, DANS UNE GRANDE EXPRESSION GESTUELLE.
PLUS TARD À L' ATELIER, LE PASTEL DONNE NAISSANCE À UNE PEINTURE À L' HUILE: LES COULEURS ONT ALORS VALEUR DE "MOTS" ET JE SOUHAITE M' EXPRIMER DE LA MANIÈRE A PLUS INTELLIGIBLE POSSIBLE SUR LA PEINTURE ELLE MÊME. C' EST POURQUA J' UTILISE DES COULEURS VIVES.
L' EXITATION SUSCITÉE PAR L' INSTANT DU DESSIN DANS LA NATURE, JE DÉSIRE LA RENDRE DANS MA PEINTURE FAIT À L' ATELIER: UNE ÉCRITURE MANUELLE PLEINE D'ÉNERGIE.
NADAT HERMAN VAN VEEN DE SCHILDERIJEN VAN FRANS VAN VEEN HAD GEZIEN
SCHREEF HIJ ALS GESCHENK DE VOLGENDE WOORDEN:

FRANS VAN VEEN
ZIJN LUCHTEN ZIJN GROEN
ZIJN BOMEN PAARS
ZIJN ROTSEN GEEL
HET WATER ORANJE
ZIJN HAND ZEGT
ALLES IS HET ZELFDE
ANDERS
ZIJN SCHILDERIJEN
LEVEN.
HERMAN VAN VEEN
De Nederlandse kunstenaar Frans van Veen ( Voorburg, 1950) kreeg zijn opleiding aan de Academie St Joost te Breda en aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving te ’s-Hertogenbosch.
Aanvankelijk schilderde hij in een minutieuze, hyperrealistische stijl. Daarbij onderzocht hij met name de verhouding tussen natuur en cultuur. Voor dat werk ontving hij twee maal de bronzen medaille van de Europaprijs voor Schilderkunst te Oostende (B) in 1976 en 1978. In 1977 ontving hij uit handen van Koningin Juliana de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst.
In de tachtiger jaren kon hij een vijftal malen gedurende een langere periode werken in het atelier van de Kröller-Müller Stichting in Zuid Frankrijk, het Maison Jaune. Daar evolueerde zijn werk door het vele tekenen in de natuur, in een jaren lang proces van louter realisme naar zijn huidige, meer lyrische manier van werken. Hij ontwikkelde een persoonlijke werkwijze waarbij hij in het landschap grote pastelkrijt schilderingen maakt die later in het atelier uitgangspunt vormen voor olieverf schilderijen.
Als plein-air schilder legt hij in de natuur de beleving van het moment vast in zijn pastels, “sur le motif” zoals Cezanne zei. In deze pastels verbeeldt hij het landschap op een eigen, min of meer impressionistische wijze. Hij zegt gelukkig te zijn als hij in de natuur is en hij wil dat met alle kracht van zijn handschrift tonen.
Bij het schilderen in het atelier gebruikt hij de pastel als uitgangspunt. De verbeelding van het landschap is nu niet meer het eerste doel. Hij gaat het avontuur aan van het schilderen zèlf: schilderend wil hij vertellen over “het schilderen”. Dan gaat het om het rangschikken van kleuren naast elkaar, om de ritmiek van de verftoets, om de energie van de verfstroom over het doek. Het schildergebaar wil hij helder laten zien; de hand die kleur naast kleur zet. Dat nadrukkelijke handschrift van de olieverf vindt zijn oorsprong in het tekengebaar van de aanvankelijke pastels.
Hij beschouwt zichzelf als een landschapschilder. Zijn onderwerpen vindt hij zowel in zijn eigen nabije omgeving zoals langs de rivier de Mark of op de dijken van Noord West Brabant, maar ook in de duinen van Noord Holland, langs de rivier de IJssel of in het Zuid Limburgse heuvelland. Ook verder weg vindt hij zijn inspiratie tijdens langere tekenreizen naar bijvoorbeeld het Zoniënwoud bij Brussel, of naar de kust van Normandië, en de Algarve en zoals recentelijk naar de eilanden Jersey en Kreta.
Zijn werk is opgenomen in kunstcollecties van vele nationale en internationale bedrijven, instellingen en particulieren zoals Sara-Lee, ABN-AMRO, Rabobank, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Eurotool, Curver, Managium, Bernina, De Heus en Van Lien etc. etc.
Hij had exposities in vele galerieën in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Argentinië. In Mei 2008 is hij vertegenwoordigd op een tentoonstelling in het museum van Kemerovo in Siberië.
FRANS VAN VEEN MAAKT ANALYSES VAN DE NATUUR
door Piet Augustijn, maart 2006
"Ik kan geen landschap schilderen zonder dat ik buiten ben geweest", zegt Frans van Veen over zijn schilderijen en pastels die het bos als thema hebben. "Ik heb geen fantasie dus moet ik altijd een vertrekpunt hebben. mijn pastels maak ik ter plekke. Het zijn autonome werken, maar ook voorstudies voor mijn olieverfschilderijen. In mijn atelier zet ik een pastel over in een compositie in verf. Dat houvast van die tekeningen heb ik nodig als ik schilder".
Recent werk van Frans van Veen is te zien in kunstkabinet Het Blaauw Laaken te Heusden. Olieverfschilderijen en pastels die het Zoniënwoud bij Brussel als thema hebben. Daarvoor heb ik in de herfst van 2004 en later in het voorjaar van 2005 nieuw werk gemaakt met dat bos als onderwerp. Ik heb een maand in een caravan in het bos geleefd en er de pastels getekend, omdat ik altijd zo diep mogelijk in de huid van mijn onderwerp wil kruipen. Deze tekeningen geven een impressie van het geziene, in de schilderijen geef ik expressie aan het beleefde. Bij de schilderijen gaat het me meer om schilderkunstige aspecten als kleur, ruimte, ritme en compositie en om het aanbrengen van de verf zèlf dan om een weergave van de plek. Zo'n schilderij ontstaat weloverwogen en in fases, terwijl de pastel meer intuïtief ontstaat.
GEDEMPTER
De pastels zijn gedempter van kleur dan de schilderijen. Ze staan dichter bij de werkelijkheid, omdat ze de sfeer van de plek vastleggen. de olieverfschilderijen zijn abstracter en zouden bijvoorbeeld zonder de verticale lijnen van de boomstammen nauwelijks aan een landschap doen denken. Van Veen schildert met een grove toets met kleine vegen. In detail is er sprake van totale abstractie, een bijna voorstellingsloze compositie. Source Laineuse, Zoniënlente, Vier Essen, de IJssebron en Zoniënherfst, zijn indringende en kleurrijke schilderijen, die de seizoenen volgen: oranje, paars en geel voor de herfst, geel groen en blauw voor de lente.
De eigenheid van elk seizoen weerspiegelt zich in de afzonderlijke werken en laat zien dat van Veen zijn onderwerpen met liefde en plezier schildert. Dat hij de kwast met passie hanteert en geen gekunstelde voorstellingen neerzet. De wat meer gedetailleerde pastels als Vier Essen, Tumulusavond, Lijsterweg, Wilde Hyacint (met veel bomen en een gloed van paars daaronder) en Lorreinenherfst laten diezelfde gedrevenheid zien en zijn impressies van de plekken waar hij heeft zitten werken. "Mijn schilderijen zijn geen impressie van de natuur, maar een analyse daarvan. Ik probeer alles terug te brengen tot primaire en secundaire kleuren. In de lange geschiedenis van de schilderkunst zijn veel landschappen in de ateliers ontstaan. Voor mij is het essentieel om naar buiten te gaan en het landschap te beleven"
De tekeningen en schilderijen combineren een verbondenheid met de natuur( het landschap is de belangrijkste inspiratiebron voor Van Veen) met een sterke gedrevenheid voor schilderen met olieverf. Hoewel de eerste indrukken van een landschap worden vastgelegd in snelle schetsen en vervolgens uitgewerkt in pastels (sur le motif), gaat het in de schilderijen later in het atelier om de schilderdaad. Elk landschap is telkens weer een alibi om met verf, kwasten en doek bezig te zijn en om de schilderkunstige aspecten steeds opnieuw de ruimte te geven om op een bijna natuurlijke wijze de schilderijen geboren te laten worden.
FRANS VAN VEEN OVER HET SCHILDEREN:
“Kunstenaars hebben geen fantasie” een provocerende uitspraak van Rudi Fuchs. Toen ik deze woorden las herkende ik veel van mijn eigen schilderproces.
Een kunstenaar bedenkt meestal niet een doel waar hij/zij bewust naar op weg gaat. Je hebt een, zeker aanvankelijk, onbestemde wil, een drive om te tekenen, te schilderen etc. Waar het tenslotte toe zal leiden, daar denk je niet aan. Je maakt een werkstuk en in het volgende werk reageer je op dat wat je eerder maakte.. Zo zet je stap voor stap in een proces. De werking van dat proces ben je je maar ternauwernood bewust. Zo nu en dan vind je iets en herken je waar je intuïtief naar op weg was. Picasso zei dat zo mooi: “ik zoek niet, ik vind”
Als kunstenaar werk je in de traditie van een cultuur. Nooit zal je vrij in het luchtledige zweven. Er wordt wel gezegd: “We staan allemaal op elkaars schouders”. Bewust en onbewust ben je als schilder voortdurend in gesprek met schilders die je vóór gingen. Je streeft geen epigonisme na, maar je herkent gevoeligheden.
Zo kan ik denkbeeldig naast Constable in een landschap staan, hem aanstoten en zeggen: “Zie jij dat ook?”…en dan een voldaan gevoel hebben als ik bevestiging zie in zijn ogen. Of als ik in een documentaire David Hockney aan de rand van The Grand Canyon zie staan turen en hem simpelweg hoor zeggen: “I love looking”. Dan realiseer ik me dat in die eenvoudige woorden waarschijnlijk mijn hele fascinatie voor het schilderen besloten ligt.
Een vergelijkbare eenvoud geldt ook voor de beschouwing van een kunstwerk. Rudi Fuchs zei dat je je niet te veel moet afvragen als je voor een schilderij staat. Laat eenvoudigweg je ogen langzaam van linksboven naar rechtsonder het schilderij aftasten en probeer zo letterlijk mogelijk te ervaren wat je ziet.
Ook die woorden herkende ik: vaker, als ik in Amsterdam kwam om er tentoonstellingen te zien, ging ik eerst kijken naar Het Melkmeisje en dan naar Who is Afraid of Red Yellow and Blue. Het ging inderdaad louter om kijken. Het ging niet om dat meisje of om de melk maar het ging erom, om met mijn ogen over dat doek te dwalen. Het prachtige stille licht op de muur achter haar. Het mooie warme geel dat via de mengkleur groen van haar omgeslagen mouw overging naar dat intense ultramarijn blauw van haar schort. Daarbij dan de diagonaal van aardkleuren die loopt van haar gezicht via haar armen naar het brood-en-aardewerk stilleven. Een kwartiertje later liep ik dan een paar keer op en neer langs het vijf meter lange doek van Barnett Newman dat altijd in de erezaal van het Stedelijk Museum hing.
Dan liet ik me doordrenken door dat rood en staarde ik naar de subtiele rafelrand waar transparant blauw en rood aan de ene kant, en dekkend geel en dat zelfde rood aan de andere kant, elkaar raken.
Ik meen te kunnen veronderstellen dat Barnett Newman ook geen fantasie had, hij gebruikte getallenreeksen uit de Kabbala om de positie van zijn “Zips” te bepalen.
Kleuren die elkaar raken…ineens zie ik dat ik niet anders doe dan dat: kleuren naast elkaar neerzetten en ze een onderling verband met elkaar laten aangaan. ( Rilke had het daar al over in zijn brieven over Cézanne).
En omdat ik geen fantasie heb gebruik ik het landschap als aanleiding. Het zonlicht inspireert me daarbij in de meest letterlijke zin. Door dat licht kan ik Zien!
Frans van Veen, maart 2008.